FC Den Haag tot de laatste adem: 'Haags onkruid vergaat niet'
In dit artikel:
Ed Slier (53) beleefde iets wat artsen nooit hadden verwacht: hij zag zijn cluppie, FC Den Haag, na vijf jaar terugkeren in de Eredivisie. Op een uitverkochte avond in het WerkTalent Stadion — waar Evan Rottier vlak na rust het beslissende doelpunt maakte — werd Slier midden in de explosieve vreugde van Midden-Noord overmand door tranen. Voor hem was die promotie wellicht de laatste keer dat hij dit meemaakt; dokters hadden hem eerder gezegd dat hij nog maar maanden te leven had vanwege een levertumor, later gevolgd door een tumor in een lymfeklier. Toch leeft hij van dag tot dag en heeft hij zich met elke ademtocht gefocust op zijn club: “We leven nog,” zegt hij zelf, en hij sluit af met zijn lijfspreuk: “Haags onkruid vergaat niet.”
Slier groeide op bij het oude Zuiderpark: op zijn dertiende maakte hij er zijn eerste stappen als supporter en daarna veranderde het stadion het lot van zijn leven. Vanaf seizoen 1985/86 bezocht hij systematisch wedstrijden en vestigde hij zich al snel bij de fanatieke Midden-Noord. Hij heeft in vier decennia alles meegemaakt: van de gloriedagen en Europese trips tot gewelddadige confrontaties zoals de ‘Slag om het Zuiderpark’ op 1 maart 1987, toen hij door de chaos bewusteloos raakte en met blauwe plekken thuiskwam. Die roerige jaren horen volgens hem bij de clubgeschiedenis; zijn verbondenheid bleef onaangetast.
Zijn huis is een klein museum van gele en groene herinneringen: ingelijste shirts, originele stadionstoeltjes, honderden krantenknipsels en sjaals. Slier is niet alleen passant op de tribune; hij organiseert en onderhoudt het supportersleven. Hij beheert de site northside.nl, werkte mee aan een boek over het oude stadion en initieerde acties zoals de knuffelactie waarbij duizenden knuffels werden ingezameld en naar zieke kinderen gingen — hij huisvestte op een gegeven moment tienduizenden knuffels thuis en nam er onbetaald verlof voor. Recent trof hij ook inspanningen om een standbeeld van clubicoon Lex Schoenmaker te realiseren en coördineert hij fondsenwerving via sponsors en crowdfunding.
Slier wordt door medefans gekoesterd: supporters verrasten hem met fakkels in zijn straat, zongen voor hem en haalden hem per limousine op toen hij tot clubheld werd verkozen. Zijn herkenbare aanwezigheid werd bovendien vastgelegd in het tv-programma Dit jaar gaat ’t lukken, waarin hij gevolgd werd. Ondanks zijn gezondheidsproblemen blijft hij vrijwel wekelijks op zijn vaste plek op Midden-Noord staan — al is iedere wedstrijd weer een gok of hij die zal halen.
De aanloop naar de promotiewedstrijd was emotioneel: het stadion stond bol van de theatrale aankleding (lichtbandjes, cheerleaders, houseklassiekers uit vroegere jaren) en het spandoek “Het gouden jaar van de ooievaar” weerspiegelde de collectieve hoop. Toen het eindsignaal klonk na een nipte 1-0-zege, stormden supporters het veld op, spelers ontstaken in pure vreugde en Slier nam alles in zich op — het moment markeerde niet alleen sportief succes maar ook persoonlijk triomf tegen alle verwachtingen in.
Slier heeft al veel geregeld voor de toekomst: waardevolle fanartikelen zijn verdeeld over vrienden, en hij heeft wensen vastgelegd voor zijn crematie — uiteraard in FC Den Haag-sferen. Zijn prioriteit blijft onveranderd: alles geven voor de club zolang het kan. Zijn verhaal is er één van onverzettelijkheid, verbondenheid en een supportersliefde die zelfs medische prognoses niet stil krijgt.